Betje en Sophie Lazarus

01 July 2019 - 10:01

In december 1895 gaan Betje en Sophie samen naar een openbare vergadering van de ANDB.  Die vergadering is belegd om tot dan toe ongeorganiseerde diamantbewerkers tot vakorganisatie te bewegen. Roosjessnijders en snijdsters behoren ook tot die groep.

 

Op de linkerfoto staat Sophie Lazarus, op de rechter Betje Lazarus.

    ANDB | levensverhalen | Betje en Sophie Lazarus

    Roosjes Snijdsters en Snijders Vereeniging

    Een van de problemen is dat de werkgevers de lonen steeds verder verlagen omdat er mensen bereid gevonden worden voor die lage lonen te werken, vooral jonge vrouwen die in grote getale thuis werken. Omdat er steeds nieuwe mensen in het vak opgeleid worden, komt er nooit een einde aan de situatie. Deze zogenaamde ‘leerlingenkweek’ moest stoppen en er moesten minimum tarieven komen, die zowel voor mannen als vrouwen zouden gelden.  Tijdens die vergadering stelt Betje een vraag. Dat baart veel opzien, zo herinnerde zich later ‘Hoe een gewoon meisje, een roosjessnijdster nog wel, dorst op een vergadering iets te zeggen!’[1]

    In juni 1896 wordt tijdens een tweede vergadering de Roosjes Snijdsters en Snijders Vereeniging (RSSV) opgericht, met Betje Lazarus als presidente en Sophie Lazarus als secretaresse. 

    Er word een minimum tarief vastgesteld dat voor mannen en voor vrouwen zou gaan gelden, maar dat pas na een grote staking in 1900 echt wordt gehandhaafd.

     

    [1] Weekblad van de ANDB 18-11-1904

    Het Internationaal  Diamantbewerkers-Congres

    In september 1897 reizen Betje en Sophie Lazarus af naar Antwerpen voor het Internationaal  Diamantbewerkers-Congres. Volgens Betje worden ook daar vrouwen ‘als iets héél bijzonders beschouwd.’ [1] Tijdens dat congres wordt een groepsfoto gemaakt, met Betje en Sophie prominent vooraan

     

    [1] Weekblad van de ANDB 18-11-1904

    Internationaal  Diamantbewerkers-Congres in Antwerpen

    Miniatuurvoorbeeld

    Collectie IISG.

    Betje een café - Sophie bij de ANDB

    Eind 1897 treedt Betje uit de bond. Ze is in juni van dat jaar op het Rembrandtsplein een geheelonthoudercafé begonnen met Jac de Beer, met wie zij op 3 november 1897 is getrouwd. Haar zus Sophie neemt vanaf dat moment zowel de taken van voorzitter als secretaris voor haar rekening, hoewel Betje nog wel een jaar de vergaderingen blijft leiden. In 1898 wordt de ANDB ledenadministratie ingevoerd en ook Sophie krijgt een lidmaatschapskaart.

    Betje neemt afscheid in haar eigen café

    Thumbnail

    Verslag van de vergadering waarin Betje Lazarus in haar eigen geheel-onthouders café afscheid neemt als voorzitter van de RSSV. Weekblad van de ANDB 10-12-1897

    Staking

    Tijdens de grote staking in de diamantindustrie die in augustus 1900 uitbreekt (op de achterkant van Sophie’s kaart staat te lezen dat ze vijf weken een stakingsuitkering ontvangt) sluiten ook veel werklozen en tot dan toe ongeorganiseerde roosjessnijdsters zich aan. Na zeven weken staken worden eindelijk de minimum tarieven aanvaard. In juni 1901 gaat het – na vijf jaar hard werken – goed met de RSSV, meer dan de helft van alle roosjessnijdsters is dan georganiseerd.

    Miniatuurvoorbeeld

    Sophie

    Ook Sophie legt nu haar bestuurstaken neer. Zij is in oktober 1900 getrouwd met Abraham Soep, op dat moment boekhandelaar en uitgever en daarnaast ook beroepsquerulant in socialistische kringen. Sophia en Abraham krijgen twee zonen: Leonard en Bernard.

    De uitgeverij levert uiteindelijk te weinig op en in 1905 gaat het gezin naar Antwerpen waar Abraham aan het werk gaat als diamantbewerker. In 1907 scheiden ze, en Sophie vertrekt met haar twee zoons terug naar Amsterdam, waar ze weer aan de slag gaat als roosjessnijdster.

    In 1913 trouwt Sophie met Marcus Haringman, ook een diamantbewerker. In 1918 maakte ze carrière en wordt briljantsnijdster.  Van 1937 tot en met 1939 is ze voortdurend werkloos, in 1940 (ze is dan al 68) wordt ze afgevoerd als lid.

    Miniatuurvoorbeeld

    Betje

    Betje en haar man Jac krijgen in 1904 een dochter, Etha. Het echtpaar drijft op verschillende plaatsen in Zaandam en Amsterdam geheelonthouders café’s maar erg succesvol zijn ze daarin niet. Na het zoveelste faillissement gaat ook Betje weer aan de slag in de diamantindustrie en krijgt ze een lidmaatschapskaart.

    Ze is veel werkloos en stapt uiteindelijk in 1919 uit het vak. In 1911 is Jac overleden en Betje trekt in bij haar dochter Etha, die inmiddels assistent accountant is en getrouwd is met kantoorbediende Abraham Smalhout. Ze woont bij hen tot ze in 1933 sterft.

    Sophie, Marcus Haringman en Sophie’s broer Marcus Lazarus (ook diamantbewerker) worden in 1943 alle drie omgebracht in Sobibor.