Catharina de Levita-Godefroi

11 June 2019 - 15:16

Catharina Godefroi wordt op 24 mei 1892 in Amsterdam geboren. Ze volgt de opleiding tot briljantsnijdster, wordt lid van de ANDB en ontwikkelt zich tot een actief Bondslid.

Catharina is geboren in “een familie van eenvoudige nette mensen, waarin nog de echo voelbaar was van het feit dat ze eens de eerste joodse minister uit de geschiedenis van Nederland hebben opgeleverd: Michel Henry Godefroi was minister van Justitie in het eerste kabinet Thorbecke en de familie had een zekere trots over zijn bestaan. (…)Van de welstand die verbonden was aan de status van minister, was echter niets overgebleven” aldus haar zoon David de Levita.[1]

 

[1] D.J. de Levita, ‘Catharina de Levita-Godefroi’, https://www.sobibor.org/nl/catharina-de-levita-godefroi/

 

Catharina de Levita-Godefroi

Catharina de Levita - Godefroi, foto eigendom van D.J. de Levita

Briljantslijpster

In 1907 start Catharina’s opleiding tot briljantsnijdster. Ze krijgt thuis, in de Blasiusstraat nummer 20, les van haar vader Joël Godefroi die ook briljantsnijder is. Twee jaar later legt ze met succes haar proef af en als volleerd snijdster wordt ze op 30 november 1909 lid van de Briljantsnijders- en Snijdstersafdeling van de ANDB. Haar zus Josephine is ook lid van de bond. In 1910 profiteert Cato meteen van een week (onbetaalde) vakantie  die dat jaar door de ANDB is ingevoerd.

Actief Bondslid

Catherina is een heel actief bondslid. In 1919 wordt ze als enige vrouw in de Bondsraad gekozen. De Bondsraad bestaat uit meer dan twintig leden die vanaf 1906 behoorlijk wat bevoegdheden hebben: volgens de reglementen van 1906 is de Bondsraad belast met de leiding van de Bond en het beheer van alle van de Bond uitgaande instellingen. De Bondraad houdt zich ook bezig met de regeling van lonen en andere arbeidsvoorwaarden.  Tot 1926 behoort Catharina tot de vaste kern van de Bondsraad. Dit is niet het enige extra werk dat ze doet voor de bond. Ze is in 1919 lid van een sub-commissie die aandelen van Het Volk verkoopt onder ANDB leden om zo geld te werven voor het vergroten van de krant. In 1922 helpt ze mee zegels te verkopen voor het Koperen Stelen Fonds en datzelfde jaar wordt ze lid van de Commissie voor Maatschappelijk werk. In 1925 wordt ze bedankt voor haar belangrijke jeugdwerk. Ze  verdwijnt dat jaar ook uit de Bondsraad. In haar privé leven is in de tussentijd veel gebeurd.

Huwelijk

n 1922 trouwt ze met Dolf de Levita, die in 1868 geboren is en ook als briljantsnijder werkt. Hij staat aan de basis van zowel de Amsterdamse afdeling van de SDAP als van de ANDB. Dolf en Cato leren elkaar kennen in de SDAP en gaan na hun huwelijk op de Weesperzijde nummer 59 wonen.  Na haar huwelijk blijft Catherina doorwerken, ze betaalt niet alleen trouw ANDB contributie, ze blijft een bijzonder actief bondslid.  In 1923 wordt hun eerste zoon Frank geboren, vernoemd naar Frank van der Goes, de journalist, marxistisch theoreticus en mede-oprichter van de SDAP die de  socialistische leermeester is geweest van de jonge Dolf de Levita, Herman Kuijper, Jos Loopuit en Henri Polak. Na de geboorte krijgt Catharina van de ANDB een uitkering van tien gulden en heeft ze drie weken verlof. Daarna gaat ze weer aan het werk.Frank is helaas geen gezonde baby: hij heeft een hersenziekte en sterft jong.

Gezinsuitbreiding en weduwe

In 1926 wordt hun tweede zoon David geboren, opnieuw krijgt Catharina een uitkering van de ANDB en gaat enige tijd na de bevalling weer aan de slag, net als na de geboorte van hun derde zoon Frans in 1928. Het gezin verhuist naar de Rijnstraat nummer 61 II. In 1931 wordt hun vierde zoon Henri geboren, vernoemd naar de ANDB voorzitter Henri Polak.

Ondanks het drukke gezinsleven vindt Catharina tijd om extra werk te doen voor de bond: in 1932 vertegenwoordigt ze de ANDB op Vrouwen Conferentie in het Troelstra Oord georganiseerd door de Permanente Commissie ter bevordering van de vakorganisatie van hoofd- en handarbeidsters. Doel van de bijeenkomst is het opzetten van een ‘propagandisten kader’ om meer vrouwen lid te maken van een vakbond. Na twee jaar van werkloosheid begint ze in 1933 weer te werken. Dan slaat het noodlot toe en sterft in 1934 haar man Dolf. Catharina staat er nu alleen voor. Ze werkt hard om haar gezin te onderhouden en bezorgt haar zonen – met hulp van haar zusters - een goede jeugd, aldus haar zoon David de Levita.

Catharina de Levita-Godefroi met zoon David

Thumbnail

Catharina de Levita-Godefroi met zoon David in 1926, foto van D.J. de Levita

Opnieuw Bondsraadlid

In 1936 is ze weer kandidaat voor de Bondsraad. Ze wordt aangeprezen als iemand ‘die vroeger reeds een waardig lid van de Bondsraad was’.[1] In 1937 wordt ze verkozen. En passant is ze ook secretaresse van de Propaganda Commissie van het Diamantwerkers Weezenfonds en haalt ze geld op voor Hulp aan Spanje.

 

[1] Weekblad van de ANDB 22-4-1932

Oorlog

Als de oorlog uitbreekt werkt Catharina nog steeds als snijdster. In maart 1942 mogen joden niet langer lid zijn van de ANDB en moet zij verplicht overstappen naar de joodse vakbond Betsalel. Om in aanmerking te komen voor een Sperre voor haar en haar drie inwonende zonen vult Catharina in augustus 1941 een formulier in om voor vrijstelling in aanmerking te komen. Ze krijgt deze vrijstelling en is tot mei 1943 vrijgesteld van deportatie, dan vervallen alle vrijstellingen. Bij de razzia van 26 mei in Amsterdam Oost is Catharina met haar twee jongste zoons uit huis gehaald en op transport gesteld. Ze is met haar zoon Henri op 4 juni 1943 vermoord in Sobibor. Haar zoon Frans is in 1944 vermoord in Auschwitz. Haar zoon David overleeft de oorlog in de onderduik.

Bronnen: