Romi Goldmuntz

05 June 2019 - 11:12

Romi Goldmuntz wordt op 8 juli 1882 in Krakau (Galicië), toen Oostenrijk, geboren. Hij groeit op in een gezin met acht kinderen. Als hij twee is, besluiten zijn ouders naar Antwerpen te emigreren.

Op zijn vijftiende komt Romi, zoals veel Oost-Europese Joden, op het vak als diamantsnijder. en sluit zich onmiddellijk aan bij de Antwerpse Diamantbewerkersbond (ADB). Tegen 1904 heeft hij zich, samen met zijn broer Leopold, opgewerkt tot fabrikant. Zijn bedrijf kent een ongekende groei en telt tegen 1920 al 600 werknemers.

Romi Goldmuntz

Romi Goldmuntz foto uit: Belgische Juweliers Vereeniging, Guldenboek (Antwerpen, 1920) p. 58.

Antwerpia in Scheveningen

Joodse diamantairs die nog de Oostenrijkse nationaliteit bezitten, worden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gedwongen België te verlaten. Romi Goldmuntz, in 1914 ondervoorzitter van de Diamantclub, brengt het grootste deel van de oorlog in Nederland door. De diamantairs komen samen in Scheveningen en vormen er verschillende clubs. Club Antwerpia, die de ‘Galiciërs’ verenigt, wordt als gezelligheidsvereniging opgericht, maar herneemt al vlug de handelsactiviteiten en groeit onder Romi Goldmuntz uit tot de meest prominente diamantbeurs.

Hotel Alteburg

Thumbnail

In hotel Alteburg aan het Gevers Deijnootplein in Scheveningen ontmoeten de Antwerpse diamanthandelaren elkaar. (Haags Gemeentearchief)

 

Diamantsmokkel

Aan het einde van de oorlog verhuist Antwerpia naar Bergen-op-Zoom, dichter bij de Kempen, waar de patroons hun stenen laten slijpen. De praktijk van de Antwerpia-leden om ruw naar België te smokkelen om het daar te laten bewerken en dan terug te exporteren, is door de Britse blokkade die handel met bezet gebied verbiedt, eigenlijk illegaal. In het neutrale Nederland ontstaat een zwendelhandel in ‘certificaten van oorsprong’. Deze smokkelhandel is groot genoeg om gedurende de hele oorlogsperiode enkele duizenden diamantbewerkers in Antwerpen aan het werk te houden. De ANDB uit scherpe kritiek op deze praktijken en om die te voorkomen gaat Henri Polak in de toezichtcommissie voor de uitvoer van diamant zetelen.

Sekwester

Om de oorlogsschade te compenseren, worden kort voor het einde van de oorlog de goederen van onderdanen van landen die tegen België hebben gestreden onder ‘sekwester’ geplaatst. Ook het bezit van Goldmuntz in België wordt in beslag genomen. Ondanks zijn aankopen van ruwe diamant in Berlijn tijdens de oorlog, wordt zijn sekwesterdossier via de normale procedure al na vier maanden zonder gevolg gesloten.  

Twijfel over Antwerpen

Tegelijkertijd verschijnen, vooral in Franstalige kranten, artikels waarin Oost-Europese Joden als vijandige vreemdelingen worden voorgesteld. Vele diamanthandelaars twijfelen dan ook om naar België terug te keren. De Diamantbewerker, het blad van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB) gaat hier fel tegenin. Ook de Antwerpse auteur Willem Elsschot waarschuwt dat deze houding een gevaar vormt voor de verplaatsing van de diamantindustrie. Romi Goldmuntz en ADB-vakbondsvoorzitter Louis Van Berckelaar gaan naar Nederland om diamanthandelaars in ballingschap ervan te overtuigen naar Antwerpen terug te keren. Zij slagen in hun opzet met de hulp van de invloedrijke handelaar J.M. Walk die zijn grote stock ruwe diamanten aan vooroorlogse prijzen aanbiedt.

J.W. Walk

Thumbnail

Foto J.W. Walk uit: Belgische Juweliers Vereeniging, Gudenboek (Antwerpen, 1920) p. 56

Verplaatsing naar Cognac

Hoewel Goldmuntz na de oorlog overschakelt op de handel in ruwe diamant, blijft hij betrokken bij de problemen van de producenten. De Antwerpse socialistische burgemeester Camille Huysmans doet een beroep op zijn goede vriend Goldmuntz als adviseur voor diamantzaken. Goldmuntz stelt dat de welvaart van de diamantindustrie afhangt van het behoud van de exclusieve as Londen (leider verkoop grondstof) – Antwerpen (leider bewerking). Hij geeft dan ook de voorkeur aan Engeland om bij het uitbreken van een nieuwe oorlog de activiteiten naar te verplaatsen. Dit stuit op het plan van de koloniale en financiële belangengroepen die met de Belgische regering overeenkomen om het diamantcentrum naar Cognac, nabij Bordeaux, te verhuizen.

 

Tweede Wereldoorlog

Nadat Goldmuntz Huysmans op de hoogte heeft gebracht van de chaotische omstandigheden in Cognac, bekomt die in juni 1940 de opdracht van de regering om in Engeland voor het behoud van de Belgische diamantindustrie te zorgen.  Op 17 juni 1940 capituleert Frankrijk. De Duitsers starten een charmeoffensief om de Joodse handelaars in Cognac terug naar Antwerpen te lokken. Nadat de Duitsers hun kennis en diamantvoorraden hebben ontfutseld, worden de teruggekeerde Joden tegen eind oktober 1942 weggevoerd. Goldmuntz is in november 1943 betrokken bij de oprichting van het Comité Juif Belge dat hulp biedt aan ondergedoken Joden en na de oorlog bijdraagt aan de zoektocht naar overlevenden.

Sinterklaas

Samen met Goldmuntz richt Huysmans in 1941 het Correspondence Office for Diamond Industry (COFDI) op om de verspreiding van diamantairs tegen te gaan zodat de Antwerpse diamantnijverheid na de oorlog zo vlug mogelijk kan heropstarten. Dankzij Goldmuntz’ vriend Oppenheimer, voorzitter van het Ruwsyndicaat, bekomt COFDI een diamantvoorraad en de financiering van machines om na de oorlog onmiddellijk 5000 man aan het werk te zetten. Goldmuntz reist ook naar de VS om de naar daar gevluchte diamantairs te overtuigen terug te keren. In de socialistische Volksgazet wordt Goldmuntz herhaaldelijk  de ‘Sinterklaas’ van de Belgische diamantnijverheid genoemd. De Antwerpse filantroop sterft in mei 1960, 78 jaar oud. 

Ontvangst Ernest Oppenheimer

Thumbnail

Ontvangst van Ernest Oppenheimer (staande) in de Diamantclub. Rechts op de foto naast Oppenheimer zit Romi Goldmuntz, 30 november 1945. (Amsab-ISG)

Romi Goldmuntz in Israël

Thumbnail

Romi Goldmuntz in Israël (Felixarchief Antwerpen)

Begrafenis Romi Goldmuntz

Thumbnail

Foto bij verslag begrafenis Romi Goldmuntz in Volksgazet, 17 mei 1960. (Amsab-ISG)

Bronnen:

  • Balthazar, Herman, Gotovitch, José, Camille Huysmans in Londen (Antwerpen, 1978).
  • Laureys, Eric, Meesters van het diamant. De Belgische diamantsector tijdens het nazibewind (Tielt 2005).
  • Renneboog, Sylvie, De Antwerpse diamantsector en de Eerste Wereldoorlog. Patriottisme of economisch pragmatisme? Studie gebaseerd op sekwesterdossiers, onuitgegeven licentiaatsverhandeling (Gent 2009).
  • Saerens, Lieven, Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944) (Tielt 2000).
  • Schmidt, Ephraim, Geschiedenis van de Joden in Antwerpen (Antwerpen, 1963).
  • Tallier, Pierre-Alain, Desmet, Gertjan, Falek-Alhadeff Pascale, Bronnen voor de geschiedenis van de Joden en het Jodendom in België 19de-21ste eeuw (Waterloo, 2017).
  • Schreiber, Jean-Philippe, Dictionnaire biographique des Juifs de Belgique; figures du judaïsme belge (XIXe - XXe siècles) (Brussel, 2002).
  • Vanden Daelen, Veerle, Laten we hun lied verder zingen: de heropbouw van de joodse gemeenschap in Antwerpen na de Tweede Wereldoorlog (1944-1960) (Amsterdam, 2008).
  • Vermandere, Martine, Adamastos. 100 jaar Algemene Diamantbewerkersbond van België (Antwerpen 1995).