Henri Polak

03 July 2019 - 10:55

Henri Polak wordt op 22 februari 1868 geboren als zoon van Moses Polak, diamantslijper en juwelier, en Marianna Smit. Hij zal een halve eeuw lang betrokken zijn bij het politieke en  maatschappelijke leven van zijn tijd. Als voorzitter van de ANDB - een functie die hij ruim 45 jaar vervult - is hij het meest invloedrijk.

De vader van Henri Polak heeft zich tijdens de Kaapse Tijd weten op te werken tot zelfstandig juwelier. Toch is er een tweede kostwinner nodig in het uiteindelijk elf kinderen tellende gezin. Hij laat zijn oudste zoon Henri daarom niet verder maar op 13-jarige leeftijd tot briljantsnijder opleiden. Als hij 18 is vertrekt Henri naar Londen om er te gaan werken in de Britse diamantindustrie die vooral drijft op (nazaten van) Nederlandse diamantbewerkers.  Hij maakt er kennis met het socialistische gedachtengoed en met zijn toekomstige vrouw Milly Nijkerk.

Henri Polak

Atelier van Wezel als leerschool

Na zijn terugkeer uit Londen in 1890 vindt Polak werk op het snijders- en kloversatelier van Andries van Wezel op de Prinsengracht. Hier maakt hij kennis met Jos Loopuit, Herman Kuijper en Dolf de Levita maar ook met Franc van der Goes. Deze werkt dan nog als assuradeur, heeft zijn kantoor vlakbij en komt vaak bij van Wezel op bezoek. Via van der Goes maken de diamantbewerkers kennis met het parlementair socialisme en er wordt veel gediscussieerd over kunst en cultuur. Zelf zegt Polak hier later over dat zijn periode op dit atelier ‘op mijn verdere leven en werken van grooten invloed is geweest’[1] Polak probeert samen met De Levita, Kuijper en Loopuit de Nederlandse Diamantbewerkers Vereniging (NDV) nieuw leven in te blazen nadat Jan van Zutphen  in verband met gezondheidsomstandigheden zijn voorzitterschap heeft moeten neerleggen. Polak redigeert het blad van de NDV De Diamantbewerker en zet zich in voor de Sociaal-Democratische Propaganda Club 't Centrum die zich specifiek richt tot joodse arbeiders. Hij helpt daarmee de joodse diamantbewerkers over de streep te trekken en mee te doen met de grote staking die in november 1894 uitbreekt.

 

[1] Henri Polak, ‘Herinnering’ Weekblad van de ANDB 15-7-1921

Henri Polak's lidmaatschapskaart van 't Centrum, collectie IISG

Thumbnail

De novemberstaking van 1894 en de oprichting van de ANDB

De staking die op 5 november bij de chips slijperij De Drie Fontijne  begint, breidt zich uit en op 7 november hebben alle niet-joodse slijpers in de Pijp en de Jordaan het werk neergelegd. De stakers trekken in optocht naar de Plantage- en jodenbuurt om ook de joodse slijpers tot staken aan te zetten. Jan van Zutphen en Henri Polak vormen een stakingscomité en er verschijnt een extra nummer van De Diamantbewerker waarin de joodse diamantbewerkers worden opgeroepen om ook het werk neer te leggen. Dat gebeurt massaal en op 8 november is er een enorme bijeenkomst op het Museumplein. Een dag later onderhandelen Polak en Loopuit met grote aantallen juweliers die al snel met hogere tarieven akkoord gaan. Uit deze succesvolle staking ontstaat op 18 november 1894 het Hoofdcomité de gezamenlijke Diamantbewerkers-Vereenigingen, de voorloper van de ANDB waar Polak voorzitter van wordt en van Zutphen na verloop van tijd secretaris.

Polak en de koers van de ANDB

Polak ontpopt zich tot de strateeg van de ANDB. Hij heeft een professioneel georganiseerde bond voor ogen, geënt op de Britse vakbonden. Leden moeten hoge contributies betalen zodat er een volle stakingskas beschikbaar is en betaalde bestuursleden kunnen worden aangesteld die zich voltijd aan de bond kunnen wijden. Die contributie maakt ook dat leden kunnen rekenen op uitkeringen staking, uitsluiting, ziekte, invaliditeit en werkloosheid.

 

 

Er wordt in deze beginjaren hard gewerkt door alle bondsbestuurders om de ANDB leden tot een eenheid te smeden. Het Weekblad van de ANDB, geredigeerd door Polak, is een belangrijk bindmiddel. Naast vakbondsnieuws en nieuws over het diamantvak, staan er ook ‘opvoedende artikelen’ in van Polak over kunst, literatuur, juiste spelling en gezond wonen. Om de bond tot een succes te maken moet iedereen lid zijn, daarom wordt het closed shop system afgedwongen bij de juweliers: wie geen lid is, kan niet aan het werk. Ook wordt er een zwaarbevochten besluit genomen om voorlopig geen nieuwe leerlingen op te leiden, om de arbeidsmarkt te controleren en werkloosheid in slechte tijden in te dammen.

 

Om te voorkomen dat werkgevers die de Amsterdamse lonen te hoog vinden hun werk verplaatsen naar het buitenland, helpen Polak en van Zutphen de bond in Antwerpen op te zetten en staan ze beiden aan de wieg van het Wereldverbond van Diamantbewerkers waarvan Polak tot 1940 voorzitter is. De successen van de ANDB aanpak zijn groot: in 1911 bereikt de bond als eerste in Europa de 8-urige werkdag, een jaar eerder is een week (vooralsnog onbetaalde) vakantie ingevoerd. Hun vrije tijd moeten de diamantbewerkers goed besteden vindt Polak: ze moeten zich ontwikkelen, boeken lezen, de natuur intrekken en naar musea, theater en muziekvoorstellingen gaan. Voor veel, vooral joodse ANDB leden is Polak een soort vader figuur die ze graag om raad vragen. Historicus Jaap Meijer noemde hem de ‘Rebbe van de diamantbewerkers’. Anderen, die zijn soms autoritaire houding minder konden zetten, spraken soms van ‘Haantje pik’.[1]

 

[1] Jan van Zutphen, ‘Henri Polak’, manuscript van lezing over Polak in IISG, Archief Jan van Zutphen, ARCH01693_55f.

Feest t.g.v. de 8-urige werkdag

Thumbnail

Collectie IISG

SDAP

Polak’s politieke loopbaan begint in 1890 bij de Sociaal-Democratische Bond, maar in 1894 kiest hij uiteindelijk voor de reformistische richting en is een van de twaalf apostelen die de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij oprichten. Hij is lid van het partijbestuur, is partijvoorzitter van 1900 tot 1905 en hij is de eerste sociaal-democraat die zitting heeft in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij vertegenwoordigt zijn partij  van 1902 tot 1906 in de raad. Hij zit – met een korte onderbreking – van 1913 tot 1937 voor de SDAP in de Eerste Kamer en zit in 1913 heel kort in de Tweede Kamer. Toch meent zijn biograaf Bloemgarten dat Polak niet over het ‘voor een politicus even belangrijke vermogen beschikte om ter wille van de zaak te schipperen’. [1]Na 1906 neemt hij letterlijk iets meer afstand van de politiek en het openbare leven door in Laren te gaan wonen en zich te gaan richten op natuurbescherming en monumentenzorg.

 

[1] Salvador Bloemgarten, ‘Polak, Henri’, in BWSA http://hdl.handle.net/10622/547900A3-DF63-4D8E-AA4B-9D09875AA5A1

 

 

Polak in de Amsterdamse Gemeenteraad

Thumbnail

Prent t.g.v. de verkiezing van Henri Polak als eerste sociaal-democraat in de Amsterdamse Gemeenteraad.Collectie IISG.

Fascisme en oorlog

Vanaf het moment dat de nazi’s in Duitsland aan de macht komen, veroordeelt Polak met ongekende felheid alle vormen van samenwerking met de nazi’s. Hij doet dat in de ‘Kroniek’,  zijn wekelijkse rubriek in Het Volk, maar ook in de Eerste Kamer. Hij wijst op de bedreiging die de Nationaal-Socialistische Bond vormt voor de democratie en pleit voor een verbod op die partij. Hij waarschuwt onvermoeibaar tegen de gevaren van het antisemitisme. Dit wordt hem – ook binnen SDAP kringen – niet altijd in dank afgenomen, sommigen verwijten hem gepreoccupeerdheid. Zijn laatste stuk in Het Weekblad van de ANDB (van 9 mei 1940) gaat over Erasmus en de gruwelen van de oorlog.

 

Polak duikt korte tijd onder, komt weer terug in zijn huis in Laren en wordt dan gearresteerd op beschuldiging van anti-Duitse ‘Hetzerei’. Hij verblijft een half jaar in het Amsterdamse Huis van bewaring en wordt daarna in het huis van een NSB-arts in Wassenaar vastgehouden. In juli 1942 wordt hij onverwachts vrijgelaten. Zijn gevangenschap heeft zijn gezondheid danig aangetast, maar volgens hemzelf is hij wel gebogen maar niet gebroken. Hij heeft een dagboek bijgehouden in de jaren 1940-1942 waarin de beklemming van de gevangenschap voelbaar beschreven is. [1] Op 17 februari 1943 sterft hij in een ziekhuis aan longontsteking. Deportatie blijft hem bespaard, zijn vrouw Emily wordt kort na zijn dood gedeporteerd naar Westerbork en sterft daar in mei 1943.

 

[1] IISG, Archief Henri Polak, ARCH01065-6

eerste pagina uit Henri Polak's oorlogsdagboek

Thumbnail

Collectie IISG, Archief Henri Polak, ARCH01065-6

Bronnen: