Levensverhalen

Content in “Levensverhalen”

Henri Polak

Henri Polak

Henri Polak wordt op 22 februari 1868 geboren als zoon van Moses Polak, diamantslijper en juwelier, en Marianna Smit. Hij zal een halve eeuw lang betrokken zijn bij het politieke en  maatschappelijke leven van zijn tijd. Als voorzitter van de ANDB - een functie die hij ruim 45 jaar vervult - is hij het meest invloedrijk.

ANDB | levensverhalen | Betje en Sophie Lazarus

Betje en Sophie Lazarus

Betje Lazarus wordt in Amsterdam geboren op 27 maart 1870. Ruim twee jaar later wordt haar zus Sophia (Sophie) geboren.  Over hun de schoolopleiding weten we niets, ook weten we niet van wie ze het diamantvak hebben geleerd, wel weten we dat mooi, verzorgd Nederlands schrijven geen probleem voor hen is. Beiden worden roosjessnijdster.

 

Jan van Zutphen

Jan van Zutphen

Als hij dertien is, valt hij van een stellage en raakt ernstig gewond. Zijn bezorgde vader raadt hem aan het veiligere beroep van diamantslijper te kiezen. Hij is goed in zijn vak en op zijn twintigste is hij al briljantslijpersbaas.

Louis Gans

Louis Gans

Diamantklovers geven de ruwe diamant zijn eerste vorm. Daarbij kan van alles mis gaan, dus klovers doen het meest verantwoordelijke werk en verdienen ook het meest. Dat maakt dat klovers aanvankelijk lastig te organiseren zijn in de bond.

Salomon Kleerekoper in 1922. Vreemdelingendossier, Felix Archief Antwerpen, inventarisnummer 1120#295

Salomon Kleerekoper

Salomon wordt in 1877 in de Batavierstraat in Amsterdam geboren als zoon van Catharina Agsteribbe en Gerrit Jacob Kleerekoper. Gerrit werkt ten tijde van zijn huwelijk als smid, zoon Salomon wordt briljantsnijder.

 

Antoine Tokatlian

Antoine en Simon Tokatlian

Simon en Antoine leren het diamantbewerkersvak in Istanbul. Als het geweld tegen hun gemeenschap oplaait vluchten ze naar België maar als dat land betrokken raakt bij de Eerste Wereldoorlog moeten ze opnieuw vluchten, nu naar Nederland. In 1916 worden beiden lid van de ANDB.

 

Suze Frank, foto uit NIW 19-09-1980

Suze Frank

Ruim drie jaar na Suze wordt haar zusje Marianne geboren. Beiden worden opgeleid tot briljantsnijdster en na hun opleiding worden ze lid van de ANDB.

Catharina de Levita-Godefroi

Catharina de Levita-Godefroi

Catharina is geboren in “een familie van eenvoudige nette mensen, waarin nog de echo voelbaar was van het feit dat ze eens de eerste joodse minister uit de geschiedenis van Nederland hebben opgeleverd: Michel Henry Godefroi was minister van Justitie in het eerste kabinet Thorbecke en de familie h

Ger Schmook

Ger Schmook

Het buurmeisje Adeline zal zijn echtgenote worden. Samen behalen zij in 1917 hun akte van onderwijzer. Ger wordt echter eind 1918 van de wachtlijst voor een aanstelling tot onderwijzer geschrapt omdat hij een petitie heeft ondertekend voor de vervlaamsing van de Gentse universiteit.

Romi Goldmuntz

Romi Goldmuntz

Op zijn vijftiende komt Romi, zoals veel Oost-Europese Joden, op het vak als diamantsnijder. en sluit zich onmiddellijk aan bij de Antwerpse Diamantbewerkersbond (ADB). Tegen 1904 heeft hij zich, samen met zijn broer Leopold, opgewerkt tot fabrikant.

Israël Akkerman als pionier bij Hashomer Hatzair van Antwerpen (CegeSoma, Brussel)

Piet Akkerman

Zijn eerste levensjaren, tijdens de Eerste Wereldoorlog, brengt Israël in Scheveningen door. Vader Jozef Akkerman, een diamantklover, vervoegt er met zijn gezin de kolonie van gevluchte Oost-Europese migranten uit Antwerpen. Na de oorlog keert het gezin naar Antwerpen terug.